Inspecteur moet kosten vergoeden

Door Beheerder ~ 31 januari 2011. Opgeslagen onder: Formeel belastingrecht, Inkomstenbelasting, Opmerkelijk Nieuws, Specialisaties.

Procederen op kosten van de overheid?

Uw werknemer heeft een auto van de zaak. Met deze auto reist hij iedere werkdag om half 9 naar het werk en om half 6 weer terug naar huis. Hier is overduidelijk sprake van een situatie die valt onder de definitie van woon-werkverkeer.

Een nuance in het verhaal. Om half 12 gaat uw werknemer naar huis om te lunchen en om half 1 komt hij weer terug op kantoor. Is hier sprake van woon-werkverkeer?

U bent van mening dat ook deze situatie onder de definitie woon-werkverkeer valt en doet als inhoudingsplichtige voor het jaar 2008 een aangifte loonheffing. De inspecteur deelt uw mening echter niet en legt op 23 september 2009 een naheffingsaanslag loonheffing 2008 op, alsmede een boete. U bent het hier niet mee eens en gaat zowel tegen de naheffingsaanslag als tegen de boete in bezwaar.

Bij de beslissing op bezwaar herziet de inspecteur zijn aanslag. Hij vermindert de boete tot nihil en kent u een forfaitaire kostenvergoeding toe van 218 euro.

U bekijkt de beslissing op bezwaar en u kunt zich er tot op zekere hoogte niet in vinden. Uiteraard bent u het ermee eens dat de inspecteur geen grond heeft voor de naheffingsaanslag en deze als gevolg hiervan intrekt en de boete naar aanleiding hiervan tot nihil vermindert. Alleen met een forfaitaire kostenvergoeding bent u het niet eens.

U gaat hiertegen in beroep en neemt het standpunt in dat de inspecteur nimmer had mogen overgaan tot het opleggen van een naheffingsaanslag gezien de uitspraak van de Rechtbank van 14 juli 2009, LJN BL5560. In deze procedure is reeds beslist dat iedere autorit tussen de woning en de werkplek, ongeacht de frequentie daarvan, als woon-werkverkeer gezien moet worden. Dus ook indien de werknemer thuis luncht, is er sprake van woon-werkverkeer. Uit de wet, de parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie blijkt geen andere uitleg van de definitie woon-werkverkeer mogelijk.

De inspecteur handhaaft in deze dan ook geen pleitbaar standpunt. Er is reeds over beslist en ondanks bovengenoemde uitspraak legt de inspecteur een naheffingsaanslag op. Door toch een naheffingsaanslag op te leggen, jaagt de inspecteur de inhoudingsplichtige onnodig op kosten, en maakt hij in zoverre misbruik van zijn machtspositie om achteraf enkel een forfaitaire kostenvergoeding toe te kennen.

Alhoewel in beginsel een forfaitaire kostenvergoeding de hoofdregel is, zijn er bepaalde situaties denkbaar waarin hiermee geen genoegen genomen hoeft te worden. Hiervan is in ieder sprake indien blijkt dat de inspecteur een standpunt handhaaft, welke in de ingestelde procedure geen stand kan houden. In deze gevallen acht de rechter een vergoeding van volledige kosten op zijn plaats.

Maar hoe verhoudt dit tot de omgekeerde situatie? Waarin de burger verweten kan worden dat hij ten onrechte een procedure start door een standpunt in te nemen waarover reeds is geprocedeerd en waarover de rechter reeds heeft beslist. Uiteraard zijn hier een aantal belangrijk verschillen. Ten eerste is er sprake van een burger, die minder op de hoogte zal zijn van de actuele uitspraken. Daarnaast kan een burger slechts procederen nadat de inspecteur een naheffingsaanslag heeft opgelegd. Vervolgens dient er rekening gehouden worden met het feit dat geen enkele zaak helemaal identiek aan elkaar is. Ten slotte is er het verschil dat, zoals reeds aangehaald, de inspecteur ten aanzien van de burger een bepaalde machtspositie heeft. In zoverre zal het allemaal niet zo’n vaart lopen, dat een burger niet voor een kostenvergoeding in aanmerking komt doordat hij een standpunt handhaaft waarover reeds is beslist.

Bron: Rechtbank Leeuwarden 29 oktober 2010, LJN BO3175.

Laat een reactie achter