De adviseurs van Holland Tax Consult hebben een eigen mening en steken die niet onder stoelen of banken. In dit onderdeel vindt u diverse publicaties opgesteld door adviseurs van Holland Tax Consult.

Mr H.A. Ancuta-Koning FB en Mr drs M.E.H. Opgenoort FB

2011-03_Het_Register_Knelpunten_innovatiebox_in_het_MKB Ancuta en Opgenoort passen de innovatiebox met enige regelmaat toe en ondervinden daarbij praktische bezwaren. In een zeer leesbaar verhaal doen zij uit de doeken welke dat zijn en doen zij een suggestie voor een oplossing die in België goed lijkt te werken.

Mr H.A. Ancuta-Koning FB

Pleinplus.nl December 2010, Opinie: Het nieuwe werken en de nieuwe werkkostenregeling. Ancuta constateert dat de nieuwe werkkostenregeling nog geen zegening is voor Het Nieuwe Werken. Zijn de kosten die de werkgever maakt voor de werkplek van de werknemer thuis nog wel adequaat te vergoeden? Nieuwe ontwikkelingen die economisch gezien het ondersteunen waard zijn, worden fiscaal niet bepaald warm onthaald.

Mr H.J.J. Oostdam FB

TfB 2010/8 Opinie: Wie is de inspecteur? Oostdam geeft zijn mening over het opleggen van aanslagen door anderen dan de inspecteur. Kan Peter R. de Vries rechtsgeldig een aanslag opleggen? Uit praktische overweging vindt AG IJzerman van wel. Hoewel Oostdam sympathie heeft voor voorgestelde de praktische oplossing, is het gevolg naar zijn mening onwenselijk. Het opleggen van aanslagen is voorbehouden aan de inspecteur.

Tribuut 2009/05, Ontwikkelingen in het formele belastingrecht. Oostdam gaat in op de ontwikkelingen in het formele belastingrecht. Met de introductie van de medepleger in de AWR, de 300% boete op verzwegen box 3-inkomsten, de verlengde navorderingstermijn voor buitenlandse inkomsten en de beperking van de inkeer regeling zijn er in Juni 2009 veel formele zaken in het nieuws geweest. In een helder betoog worden deze zaken in perspectief geplaatst.

Mr F.D. Kouwenhoven

Fiscaal Praktijkblad 2008/11 Fondsenwerving (pdf)
Actieve organisaties die niet commercieel bezig zijn kunnen toch onder de BTW regels vallen. In een aantal gevallen leidt dat tot ongewenste resultaten, vooral als er geld wordt verdiend of ingezameld dat is bestemd voor een ideëel doel. Kouwenhoven gaat in dit artikel in op het begrip fondsenwerving en heeft de verschillende regelingen voor u op een rijtje gezet.

Mr H.J.J. Oostdam FB

Tijdschrift Formeel Belastingrecht 2008/4 Donkere dagen voor en andere punten van fiscale rechtszekerheid (pdf)
Op 21 december 2007 heeft de Staatssecreatris van Financiën naar aanleiding van het Van der Steen arrest een bijzonder besluit genomen over de Directeur Groot Aandeelhouder en zijn omzetbelastingplicht. Oostdam gaat in op dit besluit en bespreekt met name de terugwerkende kracht die de Staatssecretaris aan het besluit wenst te geven.

Tribuut 2007/01, Het formele recht in beweging (met mevrouw Mr. dr R.M.P.G. Niessen-Cobben) (pdf)
Niessen Cobben en Oostdam geven een overzicht van de onderhanden wijzigingen van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) en de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR). Zij concluderen dat stroomlijning van de wetten dringend gewenst is.

Tribuut 2007/04 Opsporing verzocht (met mevrouw Mr. dr R.M.P.G. Niessen-Cobben) (pdf)
Naar aanleiding van de Vierde Tranche van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) onderzoeken de auteurs aan wie naar aanleiding van dit wetsvoorstel een boete kan worden opgelegd. Belastingadviseurs weest op uw hoede! Naar aanleiding van dit artikel zijn in de Eerste Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel nog enige vragen aan de Minister gesteld.

Tribuut 2007/06 De directeur groot aandeelhouder en zijn loonbelastingplicht (pdf)
In het Belastingplan 2007 werd de Directeur Groot Aandeelhouder per 1 januari 2008 uit de loonheffing gehaald. Oostdam betoogd waarom deze administratieve lasten verlichting geen lasten verlichting is.

Weekblad Fiscaalrecht 2007 nr 6721 De Belastingadviseur
I
n dit Themanummer van het Weekblad voor Fiscaal recht is Oostdam gevraagd zijn visie te geven op enkele belangrijke ontwikkelingen in het vak van de belastingadviseur. Hij concludeert dat het roerige rijden zijn.